Gereserveerd

Gereserveerd

Het is zondag. Ik stap in de trein die mij vanuit het noorden van Duitsland naar huis gaat brengen. Op MIJN stoel plof ik neer. Vlakbij me scharrelt een man met bolhoedje tussen de stoelen. Hij kijkt naar het bordje boven het raam. Vanaf mijn plek kan ik zelfs lezen dat de stoelen straks gereserveerd zijn. Hij draagt een bril, dus ook hij zou het moeten kunnen zien.

Het weerhoudt hem er niet van te gaan zitten op de stoel bij het raam. Zijn spullen legt hij onder en op de stoel ernaast. Zijn hoedje houdt hij op.

Mijn oog valt op een van zijn tassen. ‘Eine Tasche voller träumen… und Arbeit’ [Een tas vol dromen… en werk] staat erop. Ik glimlach en denk aan de dromen die ik in mijn ‘tas’ verzameld heb de afgelopen weken.

Totdat we bijna bij het volgende station zijn, speelt de man een spelletje op zijn tablet en lees ik mijn boek. Als de conducteur in drie talen aankondigt dat we over een paar minuten onze volgende stop bereiken, pakt de man zijn spullen. Hij legt alles op de stoel naast zich en gaat nog naar het toilet.

Op het station stapt hij uit, maar tot mijn ontsteltenis laat hij zijn spullen liggen. Is het een dementerend baasje en vergeet hij ze? Is hij een goed vermomde terrorist en zit er een explosief in?

Mijn ademhaling is snel en oppervlakkig. Ik kijk naar het perron. Daar staat hij. Hij rookt. Gebruikt hij de 10 minuten die we stilstaan gewoon om aan zijn verslaving gehoor te geven? Of is dit onderdeel van een plan en wordt zijn tas vol dromen zo onze nachtmerrie?

Ondertussen druppelen er mensen binnen. Ik schuifel op mijn stoel. Wat als zich zo de mensen melden die die twee stoelen gereserveerd hebben?

Natuurlijk gebeurt wat ik voorzie: een man in korte broek en een vrouw met fijne sandalen blijven bij de stoelen staan. Ze kijken naar de spullen. Kijken om zich heen. Juist op dat moment komt de man met bolhoed de trein weer in.

De man in korte broek moppert dat zij de plaatsen hebben geserveerd. De man met bolhoed verontschuldigt zich, glimlacht lief, pakt zijn spullen en gaat op de stoelen achter mij zitten. Ik adem uit.

Maar dan staan ook daar mensen die die plekken gereserveerd hebben. Weer lacht de man. Hij zegt dat hij snel zal gaan. Met zijn vriendelijkheid tovert hij ook een lach op het gezicht van de mensen die dachten dat hun plek was ingepikt.

Even later zit iedereen en zet de trein zich in beweging. Ik verschuif mijn dikke billen op mijn gereserveerde stoel en kijk naar buiten.

 

Dit blog is een voorbeeld van een tekst over een toevallige ontmoeting, een van de onderwerpen in de cursus Autobiografisch Schrijven, die 7 januari a.s. start.